boosopdelucht

boosopdelucht

PRECAIR BLOOTMOMENT

31 juli 2011 - 19:38 uur

Een langdurige verstoring van mijn dierbare nacht- en ochtendrust was vooraf mijn grootse nachtmerrie. Terugkijkend op ruim twee en een half jaar vaderschap is me dat alleszins meegevallen. Ik had het nooit voor mogelijk gehouden, maar ik ben zowaar op de vroege zondagmorgen samen met mijn kleine meid te vinden in het plaatselijke subtropisch zwemparadijs. Een gezellig uitje tussen vader en dochter; zonder regerende mamma. Vaders zijn door de bank genomen echter niet zo handig in dit soort intensieve ondernemingen. Dit genre activiteiten staat gewoonweg niet in onze vader-CAO. Het is ons dus niet kwalijk te nemen. Zeker niet zo vroeg in de morgen. Om er toch voor te zorgen dat alles op rolletjes loopt, vind de organisatie meestal al op zaterdagavond plaats. Ik ga immers niet over een nacht ijs en denk, na een aantal keren proefdraaien, de meest efficiënte manier van voorbereiding en uitvoering te hebben gevonden. Tenminste, dat dacht ik…

Na het wachten bij de kassa begint allereerst de worsteling met de driekwartdeurtjes van het omkleedhokje. Het ingenieuze methodiek waarbij het linker en het rechter deurtje pas op slot zijn wanneer het bankje omlaag is geklapt wordt door mijn kleine gezelschap voortdurend gesaboteerd. Ik ben dan ook even zoet met het linker deurtje dicht, bankje omlaag, rechter deurtje nog open, bankje weer omhoog, rechter deurtje dicht, bankje weer omlaag, linker deurtje inmiddels weer open, bankje weer omhoog, linker én rechter deurtje dicht en bankje omlaag. Op de ingesloten vierkante meter die we vervolgens tot onze beschikking hebben maak ik mijn dochter klaar voor wat spetterplezier. Terwijl ik nog snel de noodzakelijke zwembandjes opblaas, trek ik de eerste volle pluk haar – waarschijnlijk afkomstig van een eerdere bezoeker – tussen mijn tenen uit. Mijn dochtertje kijkt me nog even bezorgd aan wanneer daardoor het net genuttigde zondagmorgenontbijt met een peristaltische beweging zijn weg naar buiten probeert te vinden. Na het gestoei met de veel te grote kledingbundel in het veel te krap, muf ruikend kledingkastje, realiseer ik me dat ik de eerste test glansrijk heb doorstaan. Hoopvol lopen we hand in hand de chloorgeur achterna, richting water.

Nu stelt het zwemavontuur van onze jongedame nog niet zo heel veel voor. Mevrouw is enkel druk met het op en neer lopen op de trappen van het kinderbadje. Op een gracieuze wijze schrijdt ze van boven naar beneden en dezelfde route weer terug. En dat ongeveer vijftig keer achterelkaar. Het water komt het eerste half uur dan ook niet verder dan haar naveltje. Ondanks de vakantietijd wordt het inmiddels wel opvallend druk in het zwembad. Ik tref de moeders van Lotte, Thijmen, Finn, Sanne, Mees en Roos; bekenden van de kinderopvang. Met een kijk-ik-doe-dit-toch-maar-even-met-mijn-dochter-terwijl-jouw-vent-thuis-zit-attitude, groet ik de jonge mama’s hartelijk. Na twee uurtjes vindt mijn dochter (lees: haar vader) het echter genoeg geweest. Pappa maakt zich klaar voor de grootste uitdaging…

Ik heb het afgelopen jaar verschillende tactieken uitgeprobeerd om er achter te komen welke de meest efficiënte volgorde is om zonder veel gezeur en ergernis het afdroogritueel te bespoedigen. Met een mini-krentenbol, een Kabouter-Plopkoek, een doosje rozijntjes en (als laatste redmiddel) een speentje in de aanslag, denk ik de juiste instrumenten bij de hand te hebben op de operatie succesvol te doen slagen. Nog kletsnat van het douchen ben ik pas bij het losscheuren van haar zwemluier wanneer mevrouw begint te jengelen. De snel gevonden krentenbol valt al na één kleine hap in de pluk haar die nog steeds voor het oprapen blijkt te liggen. De portie rozijntjes ligt verspreid in de plas water die zich inmiddels onder ons heeft gevormd. Verder geeft ze huilend aan dat ze eigenlijk liever chips wil en plotseling moet poepen! Ik prakkiseer haastig over een doeltreffende strategiewijziging en denk wederom de juiste solutie te hebben gevonden: Ik droog mezelf eerst af en spreid vervolgens de grote badhanddoek op de grond. Haar Plopkoek en speen kan ze nu in ieder geval zonder hygiënerisico uit haar klauwen laten vallen. Zelf inmiddels afgedroogd, zoek ik naar mijn schone boxershort die natuurlijk goed verborgen onder in de volgepropte zwemtas zit. Dan maar vast beginnen met het afdroogkarwei dat ongeduldig naast me staat te trappelen.

Het is inmiddels topdrukte buiten ons hokje en plots ontdekt mijn nageslacht dat ze, zonder veel moeite, nieuwsgierig onder het deurtje door kan kruipen terwijl pappa nog in z’n blote togus staat. Kijkend naar de pakweg vijftig centimeter hoogte waarop de deurtjes boven de grond beginnen en denkend aan de meer dan vijftien minuten die ik binnen deze marge op mijn hurken heb zitten zwoegen, breekt mij het zweet onverhoeds aan alle kanten uit. Ik realiseer mij dat, terwijl ik druk was met onze kleine diva, alle bekende en minder bekende zwembadgasten ruim de tijd hebben gehad om zich te vergapen aan mijn holwerk en hetgeen nog meer in het zicht heeft gehangen. Mijn maag draait zich meerdere malen om. Het afdrogen blijkt weinig zin te hebben gehad wanneer inmiddels uit al mijn poriën het water gutst. Misselijk van de gedachte stap ik het hokje natter uit dan dat ik er in ben gekomen. Ik wil niet weten welke show ik hier onbewust ten uitvoer heb gebracht. Die was voor velen de entreeprijs van vier en een halve euro ongetwijfeld meer dan waard. Menig slechte b-acteur zou voor de rol bedanken. Pappa is welzeker bij velen het hoofd gespreksonderwerp tijdens het zondagavondmaal.

Ondertussen commandeer ik mijn kleine meid niets te vragen, niet om te kijken en vooral heel snel door te lopen richting uitgang. Het föhnen slaan we deze keer over en met natte haren langs de wachtrij voor de kassa, rennen we richting auto. De eerste twee jaar laat pappa zijn gezicht (lees: achterwerk) hier niet meer zien. En wat de kinderopvang betreft: mamma moet de komende maanden brengen en ophalen. Pappa heeft niet meer zoveel behoefte aan een spontane babbel met de moeders van Lotte, Thijmen, Finn, Sanne, Mees en Roos.

dotline_470x1
1.981 views | reageren | 3 reacties | PDF maken | print | bloglink | e-mail | blog delen
categorie: in en om het huis | terug naar boven


TENA-LADIES

15 september 2010 - 19:35 uur

Ik ben afgelopen week enorm toegetakeld. Aan de buitenkant was er weinig te zien, maar het gevoel in het linker deel van mijn gezicht was een halve dag volledig weg. Mijn tandarts moest zonodig een oude vulling verwijderen en daarvoor in de plaats een gloednieuw exemplaar boetseren op een plaats die via mijn mond niet zo eenvoudig te benaderen was. Met klemmen werd door meneer de tandendokter mijn linker mondhoek tot vlak onder mijn wenkbrauw getrokken en effectief vastgeschroefd. Ik dacht even dat ik voor de rest van mijn leven verder moest met een smiley als die van Patrick van der Eem. “Komt dit nog goed?”, vroeg ik hem nerveus.

“Doe mij toch maar een verdoving.”, waren mijn laatste, goed verstaanbare, woorden. Wat zeg ik; één verdoving! Al snel bleek dat er maar liefst zes spuiten nodig waren om het gevoel in mijn onderkaak enigszins uit te schakelen waarna het hak- en breekwerk kon beginnen. In tegenstelling tot een aantal jaren geleden, mag je tegenwoordig wel meteen weer eten en drinken met je nieuwe vullinkjes. Toch werd mij door de kiezenkeizer stellig geadviseerd dit de komende drie uur niet te doen om te voorkomen dat ik tijdens de lunch niet alleen mijn middagbammetjes, maar ook de binnenkant van mijn wang, mijn tong en mijn boven- en onderlip onbewust mee zou consumeren. Met deze duidelijke waarschuwing vertrok ik, later dan normaal, richting werk.

Op deze zonnige dag, rond dit late morgenuur wordt de trein, in tegenstelling tot de reguliere woon-werk-reistijden, bevolkt door een keur aan toeristen die in- en uitstappen tijdens de reis van Oost- naar West-Limburg. Deze route heeft dan ook niet voor niets de naam Heuvellandlijn meegekregen. Ik zit tussen echte levensgenieters: liefhebbers van gezellig winkelen, bourgondisch eten, ontspannen terrassen en sportief wandelen. Het is die laatste groep die me deze morgen melancholisch ontstemt. Het valt me namelijk op dat de gemiddelde leeftijd van deze wandelaars, te herkennen aan de oerdegelijke wandelschoenen, all-weather-windjacks, handige heuptasjes en onhandige Nordic-Walking-stokken, ver boven de AOW-leeftijd ligt. Ik zie namelijk een gezelschap van gewatergolfde dakduiven zich kwetterend voorbereiden op de voorgenomen looproute. De ANWB-wandelkaart aan een koortje om hun gerimpelde, zonnebankgebruinde nek en hun digitale camera’s in de aanslag om de enorm leuke natuurmomenten op de digitale plaat vast te leggen. Altijd leuk voor later! (Hoe lang dat ‘later’ dan ook nog mag zijn.) De flink bejaarde, maar daarom zeker niet minder kwieke dametjes, nemen plaats in mijn coupé. Dit wordt het komende half uur beslist één en al gezelligheid!

Mijn iPod heeft zijn maximale volume bereikt, maar dan nog hoor ik het enthousiast gekeuvel over oninteressante koetjes en kalfjes. In gedachte zie ik ze al lopen; een colonne actieve fossielen, één met onze Limburgse natuur en genietend van het bronsgroen eikenhout. Het is een grijze verzameling Tena-ladies die op hun zeventigste nog over het scheidingsmuurtje naar de buurvrouw springen en daar warempel nog een droge slip aan overhouden; onverantwoorde verkeersdeelnemers op goed geoutilleerde scootmobielen die denken dat elke winkel of openbare ruimte, zittend op hun zwaar gesubsidieerde monstertrucks, zonder moeite toegankelijk is. (Ik heb van horen zeggen dat al menig grootje door de brandweer is bevrijd nadat ze zich volledig had vastgereden tussen de overvolle winkelrekken en opgestapelde aanbiedingszooi van het Kruidvat.) Oma’s anno 2010 zijn Benidorm bastards die maar niet oud willen worden. Zo’n dwangmatig zelfstandigblijvende club omroep-MAX-kijksters, die op de zaterdagmiddag met een flesje koffiemelk en een pak kokosmakronen in de lange rij voor de kassa van een drukke supermarkt aansluiten, terwijl ze eigenlijk de rest van de week alle tijd hebben om buiten de spits, rustig hun boodschappen te doen. (“Ik mag toevallig niet even voor?”, in principe al voorkruipend en wijzend op de schijnbaar broodnodige, maar vergeten artikeltjes.
Wanneer U het toch zo retorisch vraagt? Nee, toevallig niet nee!”, wijzend op mijn overvolle kar met boodschappen voor de gehele komende week.)
Met weemoed denk ik terug aan mijn eigen oma, in een tijd waarin een oma nog een echt oma wilde zijn!

Je zou haast Opsporing Verzocht inschakelen om ze te vinden: de schattige, onderdanige moedertjes die al om zeven uur ‘s morgens met een overvolle schaal chocolade koekjes en een pot veel te donkere thee verlangend zitten te wachten op hun kleinkinderen die, zoals afgesproken, pas om twee uur ’s middags worden afgeleverd. Oma’s die iedere dag naar Lingo kijken en de rest van de avond ook naar Nederland 1. Niet omdat deze zender zo’n leuke programma’s heeft, maar omdat ze, na dertig keer uitleggen, nog steeds niet weten hoe de afstandsbediening werkt. Oma’s die bij het gespreksonderwerp e-mail komen aanzetten met hun kras- en roestbestendige emaille koffiekan en die je verjaardagsgeld nog steevast in guldens blijven tellen. Oma’s met een grijs-paarse kleurspoeling die het oude brood voor de eendjes in het park zo lang bewaren, dat de dierenbescherming eigenlijk ingeschakeld zou moeten worden. Zwarte-Kip-advocaat-slurpende moesjes, die ieder jaar weer in hun vergeelde step-in en steunkousen aanschuiven aan het kerstdiner en, bij het zien van het uitgebreide feestmaal, de hongerwinter of minimaal de kindertjes uit Afrika als vergelijkingsmateriaal ter sprake brengen. Vochtvasthoudende Kukident-kleefpastatypetjes die tijdens de wekelijkse bingomiddag in gemeenschapshuis De Trillende Tamboerijn door de opkomende Parkinson de veel te zware pareloorbelletjes aan hun uitgezakte oorlelletjes constant heen en weer laten wiebelen. Nee, die omaatjes zijn er, ben ik bang, anno 2010 niet meer.

Tijdens mijn sentimenteel gemijmer wrijf ik met een zakdoek de kwijl uit mijn nog steeds gevoelloze linker mondhoek en realiseer me dat ik deze morgen bijkans meer ouderdomsverschijnselen vertoon dan de jongere ouderen rondom mij.

dotline_470x1
1.762 views | reageren | nog geen reacties | PDF maken | print | bloglink | e-mail | blog delen
categorie: openbaar vervoer | terug naar boven


GRATEKUT

6 september 2010 - 08:33 uur

Het immer goed harmoniërende maar inmiddels flink verweerde zangduo Saskia en Serge zong het ruim dertig jaar geleden al: het zijn de kleine dingen die het doen. En die dagelijkse kleine dingen zijn er zowel in positieve als in negatieve zin.

Begin vorige week vond ik op weg naar mijn werk een briefje van vijf euro. Half gevouwen en verfrommeld midden op het zebrapad. Deze dag begint dan ook verrassend plezierig door deze financiële meevaller en gelijk schieten er een keur aan bestedingsmogelijkheden door mijn hoofd over wat te doen met de net ontdekte, geldelijke vondst. Gezien de hoogte van het bedrag is de investeringskeuze nogal beperkt, maar het blijft hoe dan ook een geluksbiljet. Is dit toeval of een teken van boven? Is dit de vijf euro die ik moet besteden aan twee krasloten waardoor ik beslist minimaal een miljoen win? Moet ik mijn familie laten delen in het geluk en verdwijnt het briefje in de spaarpot van mijn dochtertje? Of open ik een spaarrekening en kijk hoe deze vijf euro in de komende vijfentwintig jaar uitgroeit tot een tegenvallend vermogen? Ik heb nog geen keuze durven maken. Het waardepapiertje zit nog veilig in mijn poeplap en zal straks beslist onbewust worden besteed in de bedrijfskantine of aan een vette bek veroorzaakt door een grote friet mayo en een berelul speciaal. Hoe dan ook, deze dag is in ieder geval goed begonnen en met deze positieve overpeinzing vervolg ik mijn weg op de voetgangersoversteekplaats.

Op een zebrapad durf ik normaliter wel met een zekere vastberadenheid, zonder het als klein kind zorgvuldig aangeleerde links rechts en nog eens links kijken, over te steken. Ook wanneer ik vermoed dat de aankomende auto’s niet meteen de intentie hebben ook daadwerkelijk te stoppen, loop ik meestal zelfverzekerd de straat op. It’s livin’ on the edge, maar gun mij ook af en toe mijn kleine dosis opwinding. Na vandaag bedenk ik me echter twee keer voordat ik zelfverzekerd de eerst stap op de witte strepen zet en blijkt de verkeerswijheid ‘voorrang neem je niet, voorrang krijg je’ toch niet geheel uit de heldere blauwe morgenlucht gegrepen.

Ik zie haar al van verre aankomen fietsen op haar, met plastic bloemetjes versierde, HEMA-omafiets: de arrogante Paris-Hilton-look-a-like. Zo’n sexloze weegschaalfetischiste die zich met een niet te knagen rauwkostsalade en een flesje water dagelijks een verplicht rantsoen oplegt om een lijfje te houden waarbij de voor- en achterkant qua lichaamsbouw identiek zijn. Een vormloos gestel waarbij alleen haar arrogante smoelwerk het herkenningspunt is om te weten tegen welke kant je moet praten. Een nog-te-stom-om-te-poepen-verschijning die, hoe meer ze mij nadert, steeds meer lijkt te accelereren. Begrijpelijk! De tegenwind krijgt immers geen vat op haar splinterlichaam en kan onmogelijk spelbreker zijn in haar inmiddels opgelopen, voor de binnenstad onverantwoordelijke fietssnelheid. Ik houd haar nauwlettend in de gaten terwijl ze nu toch echt beangstigend dichtbij komt. Ik mag toch hopen dat haar fiets recent een goede onderhoudsbeurt heeft gehad en ze haar ouderwetse terugtraprem per direct gaat gebruiken.

Wanneer ik driekwart van het zebrapad achter me heb gelaten en nog slechts twee witte strepen van de overkant ben verwijderd, flits ze echter met een arrogante uit-de-weg-want-je-denk-toch-niet-dat-ik-voor-jou-ga-stoppen-oogopslag tussen de wèl wachtende auto’s door, rakelings voor mij langs. Ik voel de fietsbandjes nog net niet over de punten van mijn schoenen, maar de met hockeyspullen volgepropte Kitsch-Kitchen-fietstas schamt mijn knieën. Ik voel haar lichaamswarmte langs me gaan en de Oilily-eau-de-Toilette kringelt richting mijn neus. Zonder blikken of blozen trapt ze dapper door, zich schijnbaar van geen kwaad bewust. Haar zelfingenomen smikkel fier in lucht, zonder één keer achterom kijken of enige verontschuldiging. De automobilist die mij wel ruim van te voren de zekerheid gaf zonder enig risico over te steken, zie ik met een duidelijk ongeloof het onverantwoorde gedrag van het studentje gadeslaan.

Van schrik doe ik nog net niet in mijn broek, maar mijn ontsteltenis is er niet minder om. Het scala aan verwensingen dat in mijn hoofd de revue passeert, is te erg om hier op te schrijven. Aan de binnenkant van mijn ogen maak ik haar uit voor gratekut en stinkend hondehijgsel. Achteraf gezien had ik het liefst haar hockeystick tussen de spaken van haar achterwiel willen zetten en werden alle voorbijgangers, zo vroeg in de morgen al, getrakteerd op een spectaculair acrobatische straatact waar een goed getrainde Cirque-du-Soleil-artieste jaloers op zou zijn. Ik had er beslist geld voor over gehad wanneer ze bij het noodgedwongen uitwijken met haar stalen rosje een enorme glijder over het asfalt had gemaakt waarbij haar blote, geladyshavede beentjes lichtelijke averij zouden oplopen.

Dat zou nog eens een rechtvaardige besteding van mijn gevonden kapitaal zijn. Nog bijkomend van de consternatie wens ik haar alle ziektes van de wereld toe en loop geïrriteerd verder.

dotline_470x1
2.271 views | reageren | 2 reacties | PDF maken | print | bloglink | e-mail | blog delen
categorie: op straat | terug naar boven


« terug in blogarchiefverder in blogarchief »
footer line


home | reageer@boosopdelucht.nl | RSS-blogs | inlog | sitemap | google analytics | disclaimer
Deze weblog wordt bijeengehouden door WordPress 2.8.4. Sohosted dient als gastheer.
© 2017 boosopdelucht.nl