boosopdelucht

boosopdelucht

WILLEM’S LIJF

24 juni 2012 - 17:56 uur

Ik heb in het verleden al vaker georeerd dat de Nederlandse televisie terminaal ziek is. Het huidige omroepbestel komt enkel nog met uitgemolken knip- en plakwerk; geproduceerd zonder enige originaliteit. Ik ben dan ook geen liefhebber van het medium. Mijn programmakeuze is daarom zeer selectief en beperkt zich meestal tot actualiteiten of human interest op een van de publieke zenders. Met de commerciële bagger die het quasi gezellige RTL of de mislukte mongolenzender SBS dagelijks uitzenden, kan de gehele Nederlandse kust met anderhalve meter worden opgehoogd om zo de toekomstige dreigende stijging van het zeewaterspiegel voor eens en voor altijd het hoofd te bieden. Toch betrap ik me zelf af en toe kijkend naar de in problemen geraakte medemens die geen cent heeft te makken, in zijn jeugd voortdurend werd gepest of een uit de hand gelopen hobby heeft. Genieten van het leed van anderen is immers populair. Programmamakers spelen daar vervolgens maar al te graag, handig op in.

Zo zag ik afgelopen week de laatste tien minuten van het voor mij tot dan toe onbekende programma ‘Dit Is Mijn Lijf’. Heb je een medisch probleem waar je erg mee zit? Schaam je je voor je aandoening? In ‘Dit Is Mijn Lijf’ geven huisartsen een consult waarbij ieder probleem bespreekbaar is! Zo zet RTL het programma in ieder geval in de markt. Laat ik het format in mijn eigen bewoordingen nuanceren: Mensen hebben een lichamelijke kwaal waarmee ze, uit schaamte, niet naar een huisarts durven. Ze kiezen er vervolgens voor het euvel primetime, onder het toeziend oog van pakweg een miljoen teeveekijkers, te bespreken met een vlot gecast acteur die moet doorgaan voor televisie-arts. Ben je dan gestoord? Juist, dan ben je gestoord! En RTL maakt daar vervolgens een zwaar gesponsord avondprogramma van. Zo word je naast je toastje brie, knabbelnootjes en roseetje ook gordelroos, steelwratten, lekkende borsten, schimmelinfecties en vaginale verzakkingen voorgeschoteld.

Plots komt Willem in beeld. (Ik noem hem gemakshalve even Willem omdat mij zijn echte naam na dit stukje horrorteevee begrijpelijkerwijs ontschoten is.) Willem lijkt een wat schuchtere dertiger, kijkt wat glazig uit zijn ogen en heeft een eigenaardig loopje. Willem neemt wat ongemakkelijk plaats in een geënsceneerde setting die moet doorgaan voor huisartsenpraktijk. Wanneer de dienstdoende arts begint over een pijnlijk zitprobleem, wiebelt Willem opvallend ongeriefelijk op en neer op de tweezitter. Heb ik nog de mogelijkheid te zappen naar het Familiediner van de Evangelische Omroep op het andere net? Uit misplaatste nieuwsgierigheid wil ik toch wel even weten wat Willem dan wel mankeert. Het stukje teevee dat ik vervolgens krijg te zien, trekt dagen later nog als een onuitwisbare gebeurtenis aan mij voorbij. Wat is het probleem van Willem? Willem heeft last van aambeien. Willem heeft niet zo maar last van aambeien; Willem heeft heel erg veel last van aambeien. Pak een aambei; vermenigvuldig die met een factor dertig en dan kom je redelijk in de buurt van de vlezige flappen die Willem uit zijn kontgat heeft hangen. Willem geeft in het gesprek uitgebreid uitleg over de moeilijkheidsgraad van zijn dagelijkse stoelgang waarop de arts hem voorstelt de aandoening eens nader te bekijken. Willem laat zonder enige gêne zijn broek zakken en buigt als een volleert prima ballerina voorover. Het zal toch niet?

Om het moment dat ik een ferme hap uit een geglazuurde donut neem komt het behaarde hol van Willem close-up in heigh definition breedbeeld onze woonkamer binnen. De korstige anus van Willem heeft iets weg van een verwaarloosde oorlogswond. Het lijkt wel of Willem is gaan zitten op een half ontplofte Iraakse clusterbom. Een tot bloei gekomen tulpenbollenveld in de Keukenhof is er niets tegen. Het sponsige ingewand dat zich in de afgelopen jaren eigenhandig een weg naar buiten heeft geduwd zou perfect passen in de wonderbaarlijke onderwater flora van de Great Barrier Reef voor de oostkust van Australië. Het is gadverdamme woensdagavond negen uur terwijl ik, happend in mijn donut, moet kijken naar de roze zuidvruchten die uit de probleemaars van Willem slingeren. Ik ben blij dat ik geen 3D kan ontvangen.

Zittend op de bank met het stukje donut gepauzeerd in mijn rechter wang, kijk ik mijn wederhelft vol verbazing aan. We vragen ons beiden af wat iemand bezielt om op deze manier zijn vijf minuten nationale bekendheid te krijgen. We doen ons uiterste best een bevattelijke reden te bedenken. Dat je je uitzichtloze familieruzie uitvecht onder leiding van knuffelneger John Williams kan ik ook nog inkomen. Het feit dat je vrijwillig voor lul gaat staan zwaaien in het achtergrondpubliek van weergoeroe Paulusma is ook nog acceptabel. Maar deze traumatische actie van Willem is voor mij onbegrijpelijk. Wel vraag ik me af of Willem zich realiseert dat hij morgen gewoon weer in de trein naar zijn werk moet. Willem bedenkt zich waarschijnlijk niet dat zijn gehavende krent morgen het gespreksonderwerp bij de koffieautomaat is. Natuurlijk gaat er vanavond al een zelfgebrand deeveedeetje onder vrienden en kennissen rond met dit anale probleem. Morgen wordt er op menige secretaressekamer op YouTube gezocht naar de imposant florerende poeperd van de tot nu toe zeer gewaarde collega.

Laat ik het probleem niet bagatelliseren. De opgezwollen truffelpaté van Willem zal beslist heel vervelend zijn, maar kan mij op deze tot nu toe aangename televisieavond aan mijn reet roesten. Ik kan niet anders dan concluderen dat radeloze Willem het slachtoffer is geworden van snelle programmamakers die geen enkele taboe schuwen ten behoeve van de kijkcijfers. Natuurlijk is het Willems eigen beslissing om zijn omvangrijke darmportier aan de gehele natie te etaleren, maar neem dit soort mensen alsjeblieft tegen zichzelf in bescherming.

Tot slot wordt Willem zonder duidelijke diagnose doorverwezen naar een chirurg die is gespecialiseerd in het laatste stukje van de endeldarm. De prijs die Willem voor dit simpele stukje openbaar advies betaald is echter onherstelbaar. Bij de volgende hap in mijn roze geglazuurde donut bespeur ik toch wat overeenkomsten tussen de Amerikaanse lekkernij en de net geshowde anuscomplicatie. Mij is de eetlust inmiddels vergaan en stop het gefrituurde broodje daarom snel terug in de plastic verpakking. Ik kan nog net de laatste tien minuten van het EO-Familiediner zien.

dotline_470x1
2.696 views | reageren | 2 reacties | PDF maken | print | bloglink | e-mail | blog delen
categorie: televisie | terug naar boven


HARDLEERS

19 december 2011 - 14:32 uur

Hardleers. De Dikke Van Dale geeft een onweerlegbare definitie van het woord: traag van begrip, moeilijk iets aanlerend of aflerend, eigenwijs, koppig, moeilijk begrijpend en/of onverstandig. Dat het woord vervolgens ook nog vrouwelijk is, laat ik gemakshalve even buiten beschouwing. Ik moest hieraan denken toen mijn vriendin mij enkele weken geleden een positieve zwangerschapstest onder de neus duwde. Mijn vriendin is sinds een aantal weken dus weer in blijde verwachting; of (voor de terminale Viva-lezers onder ons): WIJ zijn weer in blijde verwachting. Al is mijn aandeel in het hele project, al zeg ik het zelf, marginaal. Naargelang de tijd verstrijkt, schieten mij echter met de regelmaat van de klok verschillende ‘bergen’ en ‘dalen’ uit de afgelopen drie jaar opvoeding van onze eerste dreumes schielijk door het hoofd. Onbewust voeren de ‘dalen’ de laatste tijd de boventoon.

Ons dochtertje zit momenteel in de, voor jonge ouders welbekende, nee-fase. Eten is nee; schone luier is nee; opruimen is nee, schoenen aandoen is nee, mondje afvegen is nee, bad in is nee; bad uit is nee. Zelfs het maken van een tekening of het geven van een kus is nee. Van al deze negativiteit wordt ik gadverdamme moedeloos en verlies ik regelmatig mijn geduld. Ik kan haar rond bedtijd steeds vaker achter het spreekwoordelijke behang plakken terwijl het bloed al lang geleden onder mijn nagels is vandaan gehaald. Onze vooravond is dan ook gevuld met rituelen waar de Rooms-katholieke kerk een puntje aan kan zuigen. Hebben we, na bijna drie jaar, eindelijk een uitbalanceert avondritme in de kleine hersentjes geramd; blijkt sinds twee weken alles tevergeefs. Waarom?

Onze dochter heeft namelijk sinds kort haar uit spijlen bestaande babybedje verruild voor een volwaardig grote-mensen-bed. Wanneer ze onder haar dekbedje ligt te ronken moet je haar bijkans met GPS zoeken. Leek zij in eerste instantie erg enthousiast over haar nieuwe nestje? Toch heeft ze gekozen voor haar eigen manier van inwijding en drijft ze papa driewerf tot wanhoop.

Rond half zeven valt bij ons thuis de eerste keer het zesletterwoord ‘slapen’. Haar olijke humeur draait gelijk om als een blad aan een boom. In onze eerste voorzichtige stapjes richting bovenverdieping voert het codewoord ‘zelf doen’ de boventoon. ‘Zelf doen’ staat in dit geval synoniem voor tien minuten laten aankloten en wanneer puntje bij paaltje komt toch de regie overnemen om de voortgang te bespoedigen en de verloren tijd terug te winnen. Ik wil best investeren in een stukje zelfontplooiing, maar dan wel op een tijdstip dat het mij uitkomt. Kleertjes uit, nieuwe luier, pyjama aan, slaapzak aan, gezichtje wassen… Het gaat potverdomme allemaal tergend langzaam met veel duw- en trekwerk. Drie kwartier zijn inmiddels verstreken.

Aan tandenpoetsen heeft onze kleine relschopper vervolgens ook een broertje dood. Wij smeken haar bijkans tot overgave, maar met de borstel en pasta in de aanslag houdt ze haar kaken stijf op elkaar. De houdgreep waarbij moeder poetst en vader benen en armen vasthoud brengt nog enig resultaat. De pasta zit overal, behalve op haar tandjes en gestresst draag ik haar hoopvol richting bed. Konijn, Bumba, Bumbalu, muis, Ieniemienie, leeuw, Elmo olifant, Anna, Minnie Mouse, kleine leeuw, vlinder, papa Palermo, aap één, twee en drie; ze worden allemaal op persoonlijke titel naar haar bedstee gedirigeerd en zorgvuldig gepositioneerd. Het is onderwijl een drukte van jewelste aan haar hoofdeinde. Zo veel mogelijk tijd rekken is voor haar nog de enige optie. Bij het voorlezen jakker ik zo snel mogelijk door het Nijntje-verhaal door ongemerkt enkele pagina’s over te slaan. De pientere dame voelt echter mijn gejaagdheid en heeft bij elk plaatje haar eigen uitgebreide aanvulling op de korte Dick Bruna-teksten.

Nachtlampje aan, paddestoellampje aan, trappoortje open, speeldoosje aan, slaapkamerdeur open, licht op de gang aan… Check, check double check. Samen voeren we een zorgvuldige inspectie uit in de hoop dat ook voor papa de avond eindelijk kan beginnen. Vanaf het tijdstip van omkleden, zijn we inmiddels anderhalf uur verder wanneer ze ten langen leste in bed ligt. Voor de komende vijf minuten wel te verstaan… Ze heeft namelijk al snel ontdekt dat ze er nu, in tegenstelling tot haar oude bedje, eigenmachtig uit kan. Ik ben amper beneden wanneer ons eigenwijsje het slapen al voor gezien houdt. Rücksichtslos stapt ze uit bed en banjert als Speedy Gonzales over de bovenverdieping. Slapen zit blijkbaar nog even niet in haar tijdschema en ze is in geen velden of wegen op haar kamertje te bekennen. Stellig leg ik haar weer onder de wol, maar met groot theatraal vertoon herhaalt deze actie zich diverse malen. Haar bed blijft dan ook het grootste gedeelte van de avond onbemand wanneer ze nog enkele keren op haar billen van de trap komt met een aantal onbenullige smoezen: ik heb dorst, ik wil een tosti, de verwarming tikt of het is te druk in bed. De moeheid maakt zich eindelijk meester van het kleine lichaampje en rond kwart over negen geeft ze zich over aan Klaas Vaak. Eindelijk. Mij kost het echter tien jaar van mijn leven.

Hardleers is ze, onze kleine terroriste; en dat heeft ze naar alle waarschijnlijkheid van haar vader. Hij is immers ook traag van begrip en eigenwijs wanneer hij met naïeve moed begint aan een tweede baby. Godallemachtig, wat staat me straks te wachten? Maar je krijgt er ook heel veel voor terug. En dan mag je niet klagen. Nee, dat mag dan niet.

dotline_470x1
2.628 views | reageren | 1 reactie | PDF maken | print | bloglink | e-mail | blog delen
categorie: in en om het huis | terug naar boven


PLOPSA-PLEURIS

1 september 2011 - 09:12 uur

Herhalen, herhalen en nog eens herhalen. Dat is schijnbaar wat we opvoedkundig moeten doen om onze kinderen iets bij te brengen. Nicht versagen, maar domweg volhouden! Zo heb ik samen met mijn kleine meid inmiddels alle afleveringen van de gehele serie Kabouter Plop DVD’s meer dan dertig keer gezien en nog steeds krijgt zij er geen genoeg van. Ik lipdub inmiddels moeiteloos alle afleveringen inclusief beginliedje en introductieverhaaltjes. RTL kan zich de kosten voor de ‘Op zoek naar…’-variant besparen. De Plop-The-Musical-audities zou ik namelijk zeker en vast glansrijk doorlopen. Gezien dit enthousiasme leek ons daarom een dagje Plopsa Indoor, helemaal speciaal voor onze jongedame, een leuke geste. Zo kan ze de echte Kabouter Plop, Kwebbel, Piet Piraat en Bumba eindelijk eens recht in de poppenogen kijken. Het bekende “maar je krijgt er zoveel voor terug” is bij de meeste ouders inmiddels gemeengoed en de enige rechtvaardiging voor deze slopende dagbesteding.

Zeventien en een halve euro per persoon kost de populaire kinderkermis uit de Belgische Studio 100-koker! Zeventien en een halve euro! Alsof je een emmer leeggooit. Kinderen onder de 85 centimeter hebben gelukkig gratis entree. Mijn dochtertje blijkt bij de intimiderende meetlat naast de kassa exact deze lengte te hebben. Als ik dat had geweten had ik haar, ondanks de net overtrekkende regenbui, op de parkeerplaats al van haar sandaaltje ontdaan en haar op blote voetjes laten binnenkomen.

In de verte overschreeuwt een oorverdovend kindergekrijs de vrolijke K3-hits afkomstig van de carrousel. “We kunnen nog terug”, fluister ik mijn wederhelft vluchtig toe terwijl onze kleine Plop-freak gelijk wordt geconfronteerd met de echte Kwebbel. Was zij vanmorgen nog enorm enthousiast over de aanstaande kennismaking; nu schreeuwt ze als een mager speenvarken op zijn laatste reis naar het vleesverwerkingsbedrijf bij het zien van de enorme vrouwtjesdwerg. Na herhaaldelijk mislukte pogingen zit een vrolijke foto samen met de mega-lilliputter er daarom jammer genoeg niet in. Gelukkig maar. De commerciële prenten worden aan het eind van de dag namelijk voor niet minder dan acht euro verkocht. (Ik poog nog onze mislukte foto gratis mee te krijgen daar deze immers toch al is afgedrukt en naar afloop om privacyredenen moet worden vernietigd.)

Halverwege de middag is ons kleine nageslacht plots even zoek. Ze blijkt zelfstandig te zijn ingegaan op een uitnodiging van de juffrouw van de schmink en zit aandachtig stil wanneer een vlinder op haar snufferd wordt geschilderd. Of ik na gereedmelding wel even zes euro wil betalen!

En dan…, in de verte…, ver boven alle andere attracties uit… staat de ultieme speelsensatie. Het is blauw, rood, geel en groen, behoeft enorme lenigheid en hangt van plakkerige babyzever, vadsige neusbagger en andere ondefinieerbare kinderprut aan elkaar. Als ergens de EHEC-bacterie ten volste kan gedijen, dan is het in deze mega-klimboom. Mijn dochtertje rent er desalniettemin met enorme enthousiasme naar toe. En aangezien mevrouw nooit iets alleen durft, is pappa gedoemd haar te begeleiden door deze horrorattractie-voor-volwassenen. Bij de ingang word ik allereerst getrakteerd op een rijtje meurende kindersandaaltjes, mini-Birkenstockjes en kleine Crocjes. Ploperdeplop, wat kunnen die kleine kleuterpootjes stinken. Als een onvolgroeid slangenmeisje uit een slechte Cirque-du-Soleil-act, wurm ik me vervolgens door plastic buizen, balanceer ik over touwbruggen en penetreer ik door kleine spleten omhoog. Onderweg porren van links, rechts, onder en boven de smerige kindervoetjes en -handjes in mijn lichaam. De meeste klauwtjes zijn inmiddels zwarter dan de donkerste negers in een nog niet ontdekt junglegebied in Afrika. Alleen zandstralen of een chemische reiniging kan hier nog soelaas bieden. De stikkende sokjes kunnen na sluitingstijd subiet als klein chemisch afval in de vuilverbrander.

Ergens op de route blijf ik met mijn bril steken in de twee verticaal draaiende rollades waar eigenlijk enkel een dun, Biafra-achtig kinderlijfje doorheen kan. Ik moet echter verder; er is immers geen weg terug. Helemaal boven aangekomen kijkt een moeder me lachend aan wanneer ik het zweet van mijn voorhoofd veeg en me realiseer dat ik vandaag – God mag weten hoe – ook nog naar beneden moet. Het laatste stukje van onze reis naar beneden gaat via een smalle glijbaan en eindigt in de bekende ballenbak. Samen gaan we even kopje onder tussen de plastic kogels om vervolgens, als een feniks herrijzende uit zijn eigen as, weer boven te komen. Ik weet niet hoe snel ik uit het bad moet komen dat immers meer besmettingsgevaar bezit dan reactor twee van de Japanse Fukushima-kerncentrale. We hebben het gered! Wat een
geweld(ad)ig spektakel!

Aan het einde van deze enerverende dag lopen we, met op ons lichaam een cocktail van multiresistente bacteriën, richting auto. Thuis aangekomen blijkt een desinfecterende douche geen overbodige luxe. De volgende morgen kom ik mijn bed niet meer uit door de polpsa-pleuris-pijn in mijn rug. Maar ach, je krijgt er zoveel voor terug…

dotline_470x1
2.729 views | reageren | 1 reactie | PDF maken | print | bloglink | e-mail | blog delen
categorie: in en om het huis | terug naar boven


verder in blogarchief »
footer line


home | reageer@boosopdelucht.nl | RSS-blogs | inlog | sitemap | google analytics | disclaimer
Deze weblog wordt bijeengehouden door WordPress 2.8.4. Sohosted dient als gastheer.
© 2016 boosopdelucht.nl